Artikel 40 cao Beroepsgoederenvervoer uitgelegd: verblijfskosten in gewone taal
Artikel 40 van de cao Beroepsgoederenvervoer over de weg regelt de vergoeding van verblijfkosten: het bedrag dat een chauffeur onbelast krijgt voor maaltijden en andere kosten onderweg. Dit artikel legt lid voor lid uit wat er staat, wie de cao afsloten en wat er gebeurt als een werkgever de regels niet volgt. Het is een uitleg in gewone taal, geen juridisch advies: bij twijfel is de cao-tekst zelf leidend.
Wat regelt artikel 40?
Lid 1 geeft de chauffeur recht op vergoeding van de kosten die hij onderweg maakt aan maaltijden, overige consumpties en sanitaire voorzieningen, volgens het schema in lid 3. Kosten van logies, cabine-inrichting, koersverschillen, fooien en telefoonkosten vallen er niet onder. Lid 2 staat alleen een andere regeling toe bij een aparte detacheringsregeling, of als de werkgever gratis bedrijfskantinefaciliteiten biedt van tenminste hetzelfde niveau.
Eendaags of meerdaags: het verschil
Lid 3 knipt het schema in twee soorten ritten. Bij een eendaagse rit (vertrek en aankomst binnen 24 uur) geldt: korter dan 4 uur afwezig levert niets op, langer dan 4 uur is € 0,83 per uur, en de uren tussen 18.00 en 24.00 uur zijn € 3,77 per uur. Vertrekt de chauffeur na 14.00 uur en is hij minstens 12 uur afwezig, dan komt daar een vaste toeslag van € 15,73 bij.
Bij een meerdaagse rit tellen de eerste dag en de laatste dag per uur: € 1,65 als basis, met € 3,77 op de eerste dag tussen 17.00 en 24.00 uur en op de laatste dag tussen 18.00 en 24.00 uur. Komt de chauffeur na 12.00 uur terug, dan geldt € 3,77 ook voor de uren tussen 00.00 en 06.00 uur op de laatste dag.
De tussenliggende dag en overstaan
Elke volle kalenderdag tussen de eerste en de laatste dag van een meerdaagse rit is een tussenliggende dag: een vast bedrag van € 65,04 (12 uur basis plus 12 uur verhoogd), ongeacht wat de chauffeur die dag doet. Dit staat verder uitgewerkt in de tussenliggende dag.
Lid 4 regelt een andere situatie: overstaan. Verblijft een chauffeur in het weekend of op een (buitenlandse) feestdag niet op zijn standplaats, terwijl hem voor die dag geen werk is of kan worden opgedragen, dan krijgt hij daarvoor een extra vergoeding van € 15,73 netto en € 28,20 bruto per dag.
Wie sloten deze cao af, en voor wie geldt hij
De cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen is afgesloten tussen Transport en Logistiek Nederland (TLN) en de Vereniging Verticaal Transport (VVT) aan werkgeverskant, en FNV, CNV Vakmensen en De Unie aan werknemerskant. De huidige cao loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026. Cao-partijen vragen doorgaans algemeenverbindendverklaring (avv) aan bij het ministerie, waarna het schema uit artikel 40 voor de hele sector geldt, dus ook voor werkgevers die zelf niet bij de cao-partijen zijn aangesloten. De volledige cao-tekst en de actuele tabellen staan op caoberoepsgoederenvervoer.nl, achtergrond bij de regeling op fnv.nl.
Het fiscale kader: vrijgesteld, mits je het schema exact volgt
De bedragen uit artikel 40 zijn niet automatisch onbelast omdat ze in de cao staan. TLN heeft daarvoor een convenant met de Belastingdienst, onlangs verlengd tot en met 31 december 2029, waarin is afgesproken dat deze vergoeding volgens het schema onder de gerichte vrijstelling valt. Dat geldt alleen zolang je het schema exact volgt: betaal je meer, dan is het meerdere gewoon belast loon; betaal je minder, dan is er geen fiscaal probleem, maar wel een cao-schending. Achtergrond in het nieuwsbericht op tln.nl.
Handhaving: artikel 78 en het risico van fouten
Artikel 78 geeft een werknemersorganisatie het recht om een werkgever schriftelijk te vragen aan te tonen dat de cao correct is nageleefd. Voor artikel 40 geldt daarbij een controleperiode van 3 maanden (in plaats van het gebruikelijke jaar) en mag maximaal 15% van de werknemers worden opgevraagd, met een maximum van 20. De werkgever heeft dan 4 weken om dat schriftelijk aan te tonen. Kan hij dat niet, dan is hij schadeplichtig tegenover de vakbond. Los daarvan kan een chauffeur zelf een loonvordering instellen: die kan tot 5 jaar terugkijken, met een wettelijke verhoging tot 50% bovenop het te weinig betaalde bedrag (artikel 7:625 Burgerlijk Wetboek).
Wat dit betekent voor een klein transportbedrijf
Voor een klein transportbedrijf komt het erop neer dat de vertrek- en terugkomsttijd per rit ergens moeten staan, en dat de berekening per chauffeur naspeurbaar is. Bij een controle op grond van artikel 78 is dat precies wat je binnen 4 weken moet kunnen laten zien; bij een handmatige berekening in Excel is een gemiste tussenliggende dag of een verkeerd venster juist de fout die het snelst optelt tot een fors bedrag over meerdere chauffeurs en weken.
Rekenvoorbeeld: twee dagen onderweg, geen tussenliggende dag
Een chauffeur vertrekt maandag 5 januari 2026 om 08.00 uur en is dinsdag 6 januari om 14.00 uur terug. Dat is 30 uur, dus een meerdaagse rit, maar zonder tussenliggende dag: het is alleen een vertrekdag en een aankomstdag.
| Dag | Venster | Uren | Tarief | Bedrag |
|---|---|---|---|---|
| Maandag (vertrekdag) | 08.00 tot 17.00 uur | 9 | € 1,65 | € 14,85 |
| Maandag (vertrekdag) | 17.00 tot 24.00 uur | 7 | € 3,77 | € 26,39 |
| Dinsdag (aankomstdag) | 00.00 tot 06.00 uur | 6 | € 3,77 | € 22,62 |
| Dinsdag (aankomstdag) | 06.00 tot 14.00 uur | 8 | € 1,65 | € 13,20 |
| Totaal | € 77,06 |
De uren van 00.00 tot 06.00 uur op dinsdag tellen tegen € 3,77 omdat de chauffeur na 12.00 uur terug is. In de rekenhulp hieronder kun je deze rit zelf invullen en bij "waarom dit bedrag?" dezelfde regels terugzien. Voor een rit binnen 24 uur, of met een toeslag voor vertrek na 14.00 uur, geldt het schema uit lid 3.a hierboven; de rekenhulp verblijfskosten past dat automatisch toe.
Reken je dit nu per chauffeur handmatig na in Excel? Upload je Excel met vertrek- en terugkomsttijden en krijg per chauffeur een onderbouwd overzicht terug, inclusief de regel uit artikel 40 waarop elk bedrag is gebaseerd. De eerste maand is gratis.